Klik hier voor het Jaarbeeld van 2012 >>
Trends in 2011
Sluit

Onvrijwillige Zorg

Onvrijwillige zorg en het terugdringen van dwang en drangmaatregelen was in 2011 een thema dat veel aandacht kreeg. GGz Breburg volgt de uitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in de landelijke intentieverklaring ‘Preventie van dwang in de ggz’. Een daarvoor ingerichte stuurgroep Onvrijwillige Zorg initieerde een groot aantal activiteiten rond dit thema. We herijkten de interne BOPZ-procedures, keken naar de rol van de Geneesheer-Directeur en de stuurgroep en het management zien scherp toe op de handhaving van alle gemaakte afspraken. Het aantal separeerruimtes brachten we in 2011 terug van 28 naar 10. Een ontwikkeling die we in 2012 verder doorzetten. Het aantal afdelingen dat nog over separeerruimtes beschikt is teruggebracht van veertien naar drie.

In het streven naar voortdurende verbetering van de zorg en reductie van het aantal separaties stellen we van elke separatie een case report op. Deze beschrijft het proces van opname voorafgaand, tijdens en na de separatie. In samenspraak met de betrokken psychiater, de hulpverleners en een extern deskundige doorlopen we de separatie. Naast evaluatie op afdelingsniveau vindt tussentijds structurele analyse plaats van de case reports. In het verlengde hiervan verschoof de focus van normen voor dwang en drang naar normen voor een professionele

uitvoering van zorg en behandeling op een High Care/Intensive Care-voorziening, waarbij het gebruik van separatie en andere vormen van dwang zoveel mogelijk voorkomen wordt.

In het overleg over de uitvoering van onvrijwillige zorg maken we actief gebruik van de ervaring en inbreng van ervaringsdeskundigen en de leden van de cliëntencommissies.

Inspectie voor de Gezondheidszorg

Zowel over een droevige gebeurtenis waarbij een cliënt overleed, als over het algemene beleid was intensief contact met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Ook bracht de IGZ een aantal bezoeken aan verschillende locaties in het kader van de wet BOPZ. In dit contact was aandacht voor:

  • Beleid en bestuurlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot kwaliteit van zorg
  • Ontwikkelingen op het gebied van cliëntveiligheid.
  • Thematische toetsingen naar aanleiding van het Thematisch Toezicht separeren: interne audit en verbetertraject BOPZ.
  • Inbedding en uitvoering van beleid op de betrokken afdelingen.
Sluit

Van afhankelijkheid naar herstel

GGZ-instellingen omarmen herstel in toenemende mate als missie voor de (langdurende) geestelijke gezondheidszorg. Dat geldt zeker ook voor GGz Breburg. Dat wil zeggen dat behandeling, begeleiding en rehabilitatie in dienst staan van het herstelproces van cliënten en bij iedere cliënt – niemand uitgezonderd - herstel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De keuze voor verdergaande ambulantisering van ons zorgaanbod borduurt voort op deze beleidskeuze. Van ‘afhankelijk zijn van hulpverlening’ naar ook en vooral ‘ondersteuning bieden’, zodat cliënten op verschillende levensgebieden zelfstandiger kunnen functioneren en hun eigen doelen kunnen realiseren.

Inmiddels richtten we het Centrum voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid op dat een breed opleidings- en ondersteuningsprogramma biedt voor cliënten en ex-cliënten die als ervaringswerker aan de slag willen. GGz Breburg zet in dat kader nadrukkelijk in op de inzet van ervaringsdeskundigen in haar organisatie. Er zijn op dit moment al ervaringsdeskundigen werkzaam in de ACT- en FACT-teams van GGz Breburg. Ook de andere medewerkers scholen we in veranderingen van de attitude en werkwijzen van de hulpverlening, zodat deze meer

aansluiten op de voorwaarden voor herstelprocessen. Het traject dat we insloegen, bestaat uit een combinatie van zelfhulpgroepen en andere cliëntgestuurde herstelactiviteiten en vernieuwingen in de scholing en zorgverlening.

Els Kouwenberg, was als ervaringsdeskundige werkzaam bij Dubbele Diagnose en is nu coördinator bij het Centrum voor Herstel en Ervaringsdeskundigheid

“Wat de hulpverlener eigenlijk moet doen, is naast de cliënt gaan zitten, letterlijk en figuurlijk, en vragen hoe hij de cliënt kan ondersteunen. De cliënt voelt zich dan meer geholpen, waardoor hij datgene kan vragen wat hij nodig heeft.”

Els
Sluit

GGZ 2.0. Een nieuwe werkelijkheid

Vanuit de gedachte dat wij te gast zijn in het leven van de cliënt, is het belangrijk dat de cliënt onderdeel is van het behandelteam en steeds meer regie krijgt over zijn eigen gezondheid.

Online

Digitale manieren om met behandelaars te communiceren voorzien in een grote behoefte bij de cliënten die opgegroeid zijn met computers en internet. De cliënt is online, bepaalt zelf, wil eigen regie. Dit bevordert het proces van behandeling. GGz Breburg gelooft in de visie dat de inzet van e-mental health bijdraagt aan de mogelijkheid tot regie over de eigen gezondheid door cliënten. Met de inzet van nieuwe communicatiemiddelen wordt de cliënt medebesluitvormer over het eigen behandelbeleid. De cliënt kan in de nabije toekomst het eigen dossier inzien, de informatie over zichzelf doorlezen en aanvullen en zo beter voorbereid zijn op het contact met de behandelaar.

2.0

De term “2.0” staat voor een veranderproces, waarbij de verhouding tussen professional en cliënt verandert, waarbij de cliënt mederegisseur wordt van de eigen gezondheid. Innovatieve technologie zoals e-health speelt hierbij een belangrijke, ondersteunende rol. Er ontstaat op deze manier

een nieuwe manier van zorg, waarbij e-health sommige onderdelen van het huidige zorgaanbod zal vervangen, maar veel vaker aanvullend zal zijn op de face to face behandeling (het zogenaamde “blended” behandelen).

Ontwikkelaanpak

Er is gekozen om via een zogenaamde ‘ontwikkelaanpak’ te werken naar het gewenste eindresultaat. Dit betekent in de praktijk het doorlopen van een aantal kleinschalige pilots. Vanuit de leerervaringen, die in de pilots worden opgedaan, worden de volgende stappen bepaald. In de pilots werken behandelaren, cliënten, managers en stafmedewerkers samen. Daarnaast vinden klankbord- c.q. focusgroepbijeenkomsten plaats met externe deskundigen, zoals bijvoorbeeld leveranciers en verwijzers.

De implementatie zal begeleid worden door onderzoek in samenwerking met de Universiteiten van Twente en Tilburg.

De drie pilotthema’s zijn

  • “Mijn GGz Breburg” (een cliëntenportaal),
  • “Blended Zorg” (combinatie van face-to-face contact en internet-interventies)
  • “Screen to Screen”. (beeldschermcontact tussen cliënt en hulpverlener)
Sluit

Verbeteren doorstroom

Ondersteund door een extern bureau gaven we met het project ’Verbeteren doorstroom’ uitvoering aan de –breed gevoelde- wens om de wachtlijsten terug te dringen en de doorstroom van cliënten te verbeteren, waardoor meer cliënten beter en sneller geholpen kunnen worden. We maakten een start met vier pilotteams van de zorggroepen Volwassenen en Jeugd. De pilotteams stonden voor de uitdaging om de cliëntenstroom zichtbaar te verbeteren door ontwikkeling en implementatie van zorgpaden, het proces van aanmelding tot afsluiting van cliënten te verbeteren en de doelgerichtheid en implementatiekracht

van de teams te vergroten door het verbeteren van de stuur- en managementinformatie. Ze brachten de knelpunten in kaart en nu werken we aan het doorvoeren van verbetermaatregelen. Zoals het terugdringen van de administratieve last voor behandelaars door te werken met afsprakenbureaus en centrale agendaplanning. Inmiddels besloten we het traject verder in de organisatie uit te rollen in 2012.

Sluit

Zo dicht mogelijk bij de cliënt en zijn sociale netwerk

GGz Breburg zette in 2011 stevige stappen op de ingeslagen weg van transformatie van intramurale naar ambulante zorg, onder andere via de vorming van nieuwe FACT-teams (de zogenoemde functionele variant van Assertive Community Treatment). Een ontwikkeling die de komende jaren wordt doorgezet.

Ondersteund door een programmamanager ambulantisering worden de projectplannen per zorggroep uitgerold. Mede onder invloed van de aangekondigde bezuinigingen voeren we onze doelstelling om in 2013 20% minder klinische bedden te hebben versneld uit. Hieraan gekoppeld vindt momenteel een versnelde opzet van ambulante teams plaats. Eind 2011beschikken wij over tien FACT-teams en twee vip-teams. (Vroeg Interventie 1e Psychose)

In de loop van 2012 staat de certificering van de FACT-teams op de planning door de CCAF, het landelijk orgaan voor de implementatie van ACT en FACT. In 2011 zijn 36 bedden gesloten. Het betrof twintig RIB-bedden bij de zorggroep Volwassenen, acht bedden bij Centrum Jeugd en acht bedden bij Centrum Senioren.

Chrissie Koks, Gz psychologe, VIP-team

‘Als een cliënt een paar keer niet komt, gaan we thuis langs.’

stippeltjes

FACT-teams zijn multidisciplinair en hebben de kennis in huis voor behandeling van de complexe problemen van cliënten. Ze pakken de problemen op alle leefgebieden op. Daarbij hoort ook de integrale aanpak van verslavingsproblemen en actieve aandacht voor de lichamelijke klachten van cliënten, samen met de huisarts. Ze kennen de wijk goed en weten wijkbewoners en instanties te vinden voor samenwerking. Veel FACT teams besteden ook aandacht aan toeleiding naar arbeid en onderhouden contacten met de werkvoorziening of andere werkgevers.

De teams werken op twee manieren:

  • individuele begeleiding door een casemanager voor stabiele cliënten. Cliënten krijgen ondersteuning bij rehabilitatie en herstel.
  • intensieve begeleiding door het hele team voor cliënten die onstabiel zijn of in een crisis dreigen te raken. Deze begeleiding is volgens het ACT-model.
stippeltjes

Het VIP-team biedt zo snel mogelijk zorg aan mensen met een eerste psychose. Het VIP-team geeft intensieve begeleiding, wat betekent dat er gemiddeld een keer per week contact is met een VIP-medewerker. Dit gaat in overleg, maar het is ook mogelijk dat het VIP-team hierin het initiatief neemt. Er is contact met iedereen van het VIP-team, zodat de cliënt van ieders kwaliteiten kan profiteren. Elk team bestaat uit verschillende specialisten.

chrissie
Kerngegevens Vrijwilligers